Regenvorm

Goudenregenhout vindt ik erg mooi hout om mee te werken. Als ik een stuk in mijn handen krijg wil ik direct het spinthout verwijderen van het kernhout en dan met de mooie donkere ringtekening aan de slag ! Maar…. hoe zit dat hele stuk hout eigenlijk in elkaar… hoe is het gevormd en hoe groeit een tak uit ? Eigenlijk verdient ieder mooi stuk hout dat het goed bekeken wordt en dat de vorm die eruit gemaakt wordt recht doet aan wat het hout zelf al te bieden heeft. Om de daad bij het woord te voegen heb ik een V-vormig stukje gepakt wat eigenlijk al “afgedankt” was als draaihout omdat het niet mooi rond was en ……enfin…. het moest een regenvorm worden.

Ontleding van het Goudenregenhout

Het stuk heb ik in de bankschroef gezet en goed bekeken. Er zaten allerlei gaatjes en “sporen van bewoning” in, voornamelijk van houtworm; er bleek zelfs nog een worm zijn kopje op te steken …. had hij niet moeten doen…    Ik ben heel benieuwd hoe de kleinere tak uit de grotere is gegroeid en hoe de diverse samenstellende delen, zoals het kernhout (donkere binnenringen), spinthout (lichtere hout daar omheen) en het cambium (dun laagje tussen spint en bast dat zorgt voor (dikte)groei van de boom) aan elkaar zitten.

Reactiehout: duwen en trekken

Speciale aandacht gaat uit naar de wijze waarop “reactiehout” is gegroeid: druk- en trekhout dat ervoor zorgt dat een tak, ook bij belasting, omhoog blijft staan en niet afbreekt. Daarvoor moet ik op zoek naar excentrische hartvorming van de (jaar)ringen. Drukhout is harder dan het omringende hout en trekhout sterker en elastischer. Onze betonvloer met steen voor de drukvastheid en stalen bewapening voor de buigsterkte zijn daarvan een schrale kopie. Ook “kwasten”,ofwel takresten,  soms weer overgroeid door het cambium wil ik goed blootleggen. Dat wordt voorzichtig “schillen” dus. Tijdens dit afpellen wil ik met een guts de vormen die ik ontdek, zoals de nerfstructuur, accentueren om “gevoel” te krijgen hoe het geheel zichzelf in de jaren heeft gevormd. Dit geeft mij inspiratie om zelf er een definitieve vorm aan te geven als ik hem helemaal heb uitgekleed 🙂

Slideshow

Onderstaande slideshow geeft een impressie van de  stappen die ik heb genomen bij het bewerken van het hout tot regenvorm:

Draadstructuren

Eerst schors en bast eraf schillen, dan worden onderliggende goei- en verbindingsstructuren zoals het (rood/bruine) cambium goed zichtbaar. Het spinthout is vrij zacht, waardoor de houtworm er makkelijk doorheen boort op zoek naar dieper liggende voedingszouten. Wat de zwarte, dunne, inktachtige strepen zijn weet ik niet.  Met de guts en trekbeitel heb ik grove glooiende vormen in het spint gesneden om nog meer reliëf erin te brengen; aan de onderkant zelfs een soort golfmotief. Op die plek is goed te zien hoe het kernhout vanuit het hart twee bruine “draadstructuren” heeft gemaakt, die een verbinding vormen met het kernhout van de kleinere tak. Het bijzondere van een knoest (afgebroken restje van een tak) is, dat hij snel verandert als je er laagjes vanaf haalt. Een klein mesje hielp voorkomen dat ik te makkelijk in het kernhout zou steken bij het verwijderen van het spint.

Bewondering voor moeder natuur

Een dremel is handig voor het kleinere, verdiepende schuurwerk, maar heeft als risico dat je teveel weghaalt op plekken waar je het niet wilt. De jaarringen zijn duidelijk zichtbaar, inclusief de “stralen” die radiaal vanuit de kern komen en zorgen voor het transport van voedingsstoffen. Wat zit het toch mooi in elkaar !

Bonsai boompje maken

Gaandeweg ontstond het idee om van de stronk een soort bonsai boompje te maken met een paar houten blaadjes eraan: die ga ik maken van kleine schijfjes kernhout van een takje. Het maken en bevestigen van het steeltje zal wel een probleem opleveren. Om er een boompje van te maken; een regenvorm, wil ik duidelijk zichtbare “vezels en groeilijnen”; die maak ik door de tak te doorboren met een 3d-boor en daarna de gaten handmatig te modelleren met schuurpapier.

Tenslotte de “voet” waarop het boompje staat: dit wordt gemaakt op de houtdraaibank. Uiteindelijk wordt het “afgedankte haardblok” getransformeerd in een trotse bonsai: de regenvorm. Met een topplateau zou hij ook nog als waxinelichthouder sfeer kunnen geven.

Veel secuur handwerk

Om goed de definitieve vorm van de onderste helft van de regenvorm te kunnen bepalen heb ik halverwege het maakproces een schets met een paar alternatieven gemaakt. Eerst was ik van plan om het stronkje af te draaien tot een slanke gladde vorm, maar daar ben ik van afgestapt omdat handwerk beter passend voelt bij dit project en het doet meer recht aan de natuurlijke vorm.  De houtdraaibank is wel gebruikt, maar alleen als een soort klemhouder waarin het werkstuk makkelijk in positie gedraaid kan worden om handmatig te bewerken. Veel met de dremel gedaan, maar het meeste met de hand: schuurpapier gewikkeld om een afgeronde steel van een verfkwast voor de curves…

Kleine bladvormen

Van kleine schijfjes Goudenregenhout heb ik blaadjes gemaakt die aan de stam bevestigd worden; erg moeilijk omdat de jaarringen makkelijk scheuren op de erin aanwezige droogtescheuren. De eerste brak af, maar die heb ik gelukkig weer kunnen lijmen.

De stam en de blaadjes heb ik 1x geolied met Danish oil; dit geeft het geheel een natuurlijke matte glans. Daarna de  gaatjes geboord en de blaadjes in het bovenste stuk van de stam bevestigd; vanuit een bepaalde hoek lijken ze ook wel een beetje op elfenbankjes: … the eye is the beholder….

Het resultaat is heel apart, het lijkt inderdaad een beetje op een bonsai van 24 cm 🙂

 

 

 

 

 

 

 

Peter van Tienhoven

 

Peter van Tienhoven

 

 

Mail br